Poezie

Poëzie op zondagmorgen

3 oktober tot 10 april van
De Foyer, Stadsschouwburg Sint-Niklaas
Gratis Podium
Sorry, deze activiteit is helaas voorbij.

Gratis poëzie op zondagmorgen in de Foyer van de Stadsschouwburg.

Social media sharing

Een overzicht:

03/10: Bernke Klein Zandvoort - Mattijs Deraedt
24/10: Lieven Tavernier - Archipel 
05/12: Vrouwkje Tuinman
06/02: Anna Enquist
06/03: Marc Tritsmans - Nele Buyst
10/04: Uitreiking 10de Paul Snoekprijs

Opgelet!
Ten gevolge van de coronacrisis kunnen het programma en de vrije toegang 
onderhevig zijn aan wijzigingen. Volg de laatste info hieromtrent op de website van het Cultuurcentrum.

Bernke Klein Zandvoort (Amersfoort, 1987) beweegt tussen beeldende kunst en literatuur. Ze schrijft gedichten en essays, weeft tekst met beeld tot video-essays, stelt programma’s en boeken samen, verzamelt poëzie voor De Revisor, is soms curator.
De bewegingen hebben alles met elkaar te maken. Uitzicht is een afstand die zich omkeert, haar debuutbundel uit 2013, bekroond met de debuutprijs Het Liegend Konijn, toont een dichteres met een weergaloze beelden- en klankrijkdom, poëzie waarin de werkelijkheid getoond en met een verrassend woordenarsenaal gekanteld wordt tot een nieuwe realiteit. Ook in Veldwerk (2020) kijkt ze naar de wereld en onderzoekt ze hoe onze blik onszelf, onze omgeving en relaties vormgeeft.

Mattijs Deraedt (Kortrijk, 1993) is dichter, poëzieredacteur bij het literaire tijdschrift Kluger Hans en zanger-songschrijver bij de indie-rockgroep WLAZLO. Met zijn debuutbundel De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan (2020) oogst hij meteen woorden van lof: “Misschien wel het beste debuut van vorig jaar. Bewondering op het eerste gezicht” (Ingmar Heytze). Met onverwachte associaties, bevreemdende beelden, registerwissels en de nodige humor thematiseert hij zijn positie als jonge man en slaat hij barsten in het mannelijke bastion. Een prikkelende debuutbundel.

Beide dichters werden genomineerd voor de Grote Poëzieprijs 2021.

“Je hebt baas boven baas en de grootste baas van het Nederlandstalige lied is zonder twijfel Lieven Tavernier” (Henny Vrienten). Jan De Wilde, Thé Lau, Raymond, The Bony King, Gabriel Rios, Stef Kamil Carlens, Filip Kowlier …, allen laafden ze zich aan de teksten en liederen van deze onovertroffen meester.

Lieven Tavernier (Gent, 1947), auteur en liedjesschrijver, zanger en muzikant, en de meest poëtische chroniqueur van wat verloren gaat in de tijd. Een man in de luwte, van muziekrecensent van het geruchtmakende muziektijdschrift Tliedboek, columnist in het Gentse studententijdschrift Campus en boekenrecensent voor De Morgen, columnist voor de radioprogramma’s ‘De Gewapende Man’ en ‘Het Vermoeden’, tot de auteur van de cultnovelle Over Water, de grote liefdesverklaring aan zijn geboortestad Gent, Gentse vrienden en kunstenaars, en de novelle Een bijzonder kind.

In 2020 verscheen Tlieverdje, een verzameling columns, gezet in een droevig-vrolijke toonaard, waarin schrijft hij over liefdes en
vriendschappen, over Dylan en chansonniers, over literatuur en over zijn fanfare van honger en dorst.

Vrouwkje Tuinman (’s-Hertogenbosch, 1974), dichter en romancier, journaliste, presentatrice en organisator, publiceerde tot dusver vier romans en zes dichtbundels. Proza en poëzie waarin rouw en dood als een rode draad doorheen lopen. De roman De rouwclub, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2014, onderzoekt verschillende manieren om verdriet te hebben om iemand. Een
oeuvre ook waarin het absurdisme nooit ver weg is. Thema’s die samenvloeien wanneer ze in maart 2020, wanneer nagenoeg heel West-Europa in corona-lockdown verkeert, de Grote Poëzieprijs ontvangt voor haar bundel Lijfrente. Geen plechtigheid, geen feestje, geen lezingen. Lijfrente brengt, nuchter en openhartig, het relaas van het jaar dat volgde op de dood van haar partner, de dichter en performer F. Starik. Poëzie die de jury omschreef als “rauw, eerlijk, en tegelijkertijd teder”, gedichten die de huilbui steeds net voor zijn omdat ze “in alle verdriet steeds oog houdt voor ongerijmde situaties, voor kleine absurde momenten.

Humor en lichtheid als helende kracht.” (Trouw) Zelf gebruikt ze graag de woorden van F. Stariks moeder, wanneer er een klein succesje geboekt wordt: “het begint nu toch wel iets te worden.”

Anna Enquist (Amsterdam, 1945), pseudoniem van Christa Widlund- Broer, neemt een lange aanloop om in de Nederlandse letteren te debuteren. Haar debuutbundel Soldatenliederen (1991) wordt enthousiast onthaald en vergeleken met het werk van Neeltje Maria
Min en Eva Gerlach. Verzet tegen verlies, teloorgang en verval is een centraal thema in deze en volgende bundels. Door exact te zeggen waar het op staat en dat niet te verhullen, wordt troost gevonden én geboden voor lijden, angst en vertwijfeling.

Enquist studeerde af als pianiste en celliste, en later als psychoanalytica. Beiden spelen een centrale rol in haar werk. Muziek
als thema en structuurelement, de psychoanalyse als middel om door te dringen tot de kern van haar personages. Het meesterstuk
(1994), haar eerste roman, is geschreven op het stramien van de opera Don Giovanni van Mozart. In Het geheim wordt de hoofdrol
vertolkt door een pianiste; een strijkkwartet zet de toon in Kwartet; de studie van Bachs Goldbergvariaties vormt in Contrapunt de
poging om het tragische verlies van haar 27-jarige dochter te verwerken.

Anna Enquist was van 2014 tot 2016 stadsdichter van Amsterdam. Als voetballiefhebber publiceerde ze jarenlang verhalen met een
averechtse blik in het tijdschrift Hard Gras. Ze ontving voor haar werk onder meer de Cees Buddingh’-prijs, de Debutantenprijs en
de Gedichtendagprijs.

In Berichten van het front, haar meest recente bundel, verbindt ze op indringende en indrukwekkende wijze de gang van de seizoenen
met de onderwereld, met dood en verrijzenis.

Wanneer in 1992 De wetten van de zwaartekracht, de debuutbundel van Marc Tritsmans (Antwerpen, 1959) verschijnt, vat een recensent het als volgt samen: “hier is een dichter aan het woord die nog eens het gewone van elke dag reveleert en het juist daardoor even ongewoon maakt.” Die aandacht voor het dagdagelijkse leven, voor wat herkenbaar is, wordt van meet af aan het middelpunt van zijn dichterschap. De natuur, het ik, het alledaagse, de vergankelijkheid, de geborgenheid, herinneren en bewaren, het blijven steevast thema’s in zijn poëzie van evenwicht en harmonie.

Wanneer hij in 2011 de Herman De Coninckprijs ontvangt voor Studie van de schaduw, noteert de jury: “Tritsmans verwoordt het allemaal op een toegankelijke en eenvoudige manier. Zo is deze poëzie voor de lezer “bruikbaar”: herkenbaar en toch verrassend, troostend maar niet tranerig.” Ook in Alles is hier nog, zijn meest recente bundel, blijft hij wars van modes trouw aan zijn eigen stem.

In haar debuutbundel Regels onderzoekt Nele Buyst (Gent, 1983) de vele vormen en gedaantes die hiërarchie aanneemt: in gedachten, in relaties, in structuren. De nieuwe autoriteit van groepsverhoudingen, sociale media, etc., en de problematische status van onze persoonlijke identiteit in verhouding tot deze nieuwe machten, thematiseert de dichter met een bijzonder groot taaltalent. Een spanningsveld tussen macht en onmacht, tussen daders en slachtoffers, dat ze in detail fileert en met allerlei montagetechnieken analyseert. Een opdracht waar ze, dixit Dirk De Geest, “met verve in slaagt”.

Opnieuw een hoogdag in de Paul Snoekstraat: de uitreiking van de 10de Paul Snoekprijs voor de beste Nederlandstalige bundel van de
afgelopen drie jaar. Een feesteditie!

wagen bezienswaardigheden brouwerijen buschocolatiers document Page 1 CopyCreated with Sketch. evenementen fietsfietsen-wandelen food herfstinhetgroen lentemuseaovernachten podium postcardspeciaalzaken sport-spel streekproducten street arttreinPage 1Created with Sketch. uitgaan wandelenwinkelen winterPage 1Created with Sketch. zomer