Open Monumentendag 2020

Open Monumentendag 2020

13 september
Sint-Niklaas
Gratis Met kinderen Architectuur
Je bekijkt een gearchiveerde pagina. Het is mogelijk dat deze info niet meer up to date is.

Dit jaar vindt Open Monumentendag in Sint-Niklaas plaats in openlucht. Een coronaproof wandeling neemt je mee langs het erfgoed in de stad, aangevuld met een groene insteek. Ga zelf op pad of sluit aan bij één van de wandelingen met gids. Dit jaar is Belsele de deelgemeente in de kijker.

Social media sharing

Verken de stad met de brochure

Het parcours in Sint-Niklaas loopt langs de Grote Markt, het Jef Burmpark, de OLV-kerk, de VTS-site, de schouwburg, het huis van de Zusters Jozefienen, de Casinostraat, het Regentieplein, Huis Janssens en het Mercatorpark, de dekenij, Houtbriel, apotheek Tuypens, Sint-Nicolaaskerk en het Romain De Vidtspark.

Inschrijven is niet nodig. Je kan starten op verschillende plaatsen op het parcours. Er zijn wegwijzers die de weg tonen. Aan de diverse gebouwen en parken hierboven vind je vrijwilligers die brochures met het plan bij zich hebben.

Liever een wandeling met gids?

Sluit aan bij één van de 25 wandelingen doorheen de dag. Een gids vertelt je in kleine groepjes meer over verschillende sites. Alle wandelingen zijn gratis. Vooraf inschrijven in verplicht.

Wandelparcours

Wandelparcours

Goede afspraken voor een gezellige en veilige Open Monumentendag

  1. Het dragen van een mondmasker is verplicht op alle drukke plaatsen en ook op de centrale as van het stadscentrum. 
    Het hele wandelparcours in Sint-Niklaas kan druk zijn, dus mondmasker op houden.

     
  2. Schrijf je vooraf in voor rondleidingen. Als er geen inschrijving verplicht is, laat dan je naam en gsm-nr. noteren op de registratielijst die iedere opengestelde locatie heeft ontvangen.
     
  3. Vrijwilligers zien toe op het naleven van de coronamaatregelen. Respecteer hen en anderen en volg hun aanwijzingen op.
     
  4. De hygiëneregels blijven essentieel:
    1. Was je handen regelmatig en grondig
    2. Gebruik een papieren zakdoek
    3. Hoest in een papieren zakdoek en gooi die dan weg
    4. Blijf thuis als je ziek bent
    5. Raak je gezicht zo weinig mogelijk met je handen aan
    6. Vermijd handen te geven
    7. Vermijd nauw contact als je ziek bent
       
  5. Je moet 1,5 meter afstand houden van andere personen. Ook bij je uitgebreide bubbel van 10 personen.
     
  6. De activiteiten vinden vooral buiten plaats. Als dat niet het geval is, moet je voor het binnengaan je handen ontsmetten, je mondmasker binnen op houden en voldoende afstand houden.
     
  7. Je moet extra voorzorgsmaatregelen nemen als je mensen uit de risicogroep ziet.
     
  8. Je sociale bubbel mag niet groter zijn dan 5 vaste contacten per huishouden. Een "huishouden" is iedereen die onder hetzelfde dak woont. Bovendien moeten dat dezelfde contacten blijven. Kinderen tot 12 jaar worden niet meegerekend. Met die 5 vaste contacten zijn de sociale-afstandsregels niet verplicht, maar uiteraard blijft het verstandig om in deze tijden gewoon voorzichtig te blijven.
     
  9. Op uitstapjes of bijeenkomsten met familie of vrienden mogen in totaal maximum 10 mensen samen zijn. Dit is 9 mensen naast jezelf (steeds dezelfde mensen), al worden ook hier kinderen tot 12 jaar niet meegeteld. Deze mensen hoeven geen deel uit te maken van je sociale bubbel, maar in contacten met hen is sociale afstand (1,5 meter dus) verplicht. Draag dan ook een mondmasker.

Grote Markt

Met zijn circa 3,2 hectare is de Grote Markt het grootste marktplein van België.

De grond werd in 1248 door Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, geschonken aan de nieuwe parochie op voorwaarde voor altijd onbebouwd en ten dienste van de hele bevolking te blijven.

De toenmalige dries was onder meer een vergaderplaats van de Vierschaar, plaats waar de graven van Vlaanderen als heren van het Land van Waas hun eed aflegden, plaats waar het lijnwaad gebleekt werd, drenkplaats voor de paarden, gaaiwip van de handboogschutters, maar werd ook spoedig gebruikt als marktplaats. Pas in 1513 echter verleent Keizer Maximiliaan het officieel octrooi voor de wekelijkse donderdagse markt, die steeds een van de belangrijkste van de provincie is geweest.

In 1624 werd voor de eerste maal een inbreuk gepleegd op de schenkingsakte: een deel van het plein werd verkocht als bouwgrond om de kerkschulden te kunnen dekken. Later werd in 1772 een deel van het kerkhof vercijnsd aan J.-J. Jaspaert die er een huizenrij optrok (Houtbriel nummers 25-30).
Een veel ingrijpender inkrimping van het plein gebeurde in 1841 toen besloten werd tot de bouw van een nieuw stadhuis met achterliggende kerk (Parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw Bijstand der Christenen) en aansluitend huizenblok (Parkstraat, Sint-Jozefstraat, Onze-Lieve-Vrouwestraat).

In 1966 werden ingrijpende infrastructuurwerken uitgevoerd: de zogenaamde "kinderkopjes", kasseistenen met bol bovenvlak, werden volledig verwijderd en vervangen door rode klinkers; de sierlijke smeedijzeren kiosk van 1860 en de arduinen vismijnpomp met bekronende vaas van 1779, door J.E. De Lateure, werden onherroepelijk verwijderd om plaats te maken voor het busstation.

In 2005 werd de Grote Markt volledig vernieuwd, met de aanleg van een ondergrondse open parkeerstraat en de inrichting van het plein als ontmoetings-, evenementen en belevingsruimte in het hart van de stad. Er kwam echter kritiek op de renovatie, aangezien die het plein had veranderd in een kale vlakte. Daarom onderging de markt in 2018 een vergroening. Er werden onder andere mobiele bomen en bloemen geplaatst.

In 2020 heeft het stadsbestuur een bouwteam gekozen dat de grote markt mag herinrichten tot een groene ontmoetingsplek met water. Het team werd gekozen op basis van hun visie. Er is gekozen voor de groep ‘TV Artgineering, LAMA Landscape Architects, Sweco Belgium (ALS_O)’, met Daniël Ost als groenontwerper. Er blijft ook voldoende ruimte beschikbaar voor evenementen.

Het voorgestelde concept zal de komende maanden nog bijgeschaafd worden, in overleg met alle betrokkenen. De schetsen van het concept geven een beeld van hoe het zou kunnen worden.

Verleden

Grote Markt-verleden
Grote Markt-verleden

Toekomst

Grote Markt-toekomst
Grote Markt-toekomst

VTS

De geschiedenis van de huidige VTS-site gaat terug tot de 1691. In dat jaar worden er 2 ruime woningen aan het OLV-plein gebouwd, vlak na de grote brand van 1690 die 565 houten huizen verwoestte. De twee woningen waren in de 17de en 18de eeuw in het bezit waren van vooraanstaande adellijke families (Van Landeghem, de Lakethulle).

In het begin van de 19de eeuw verwierf de befaamde textielfamilie Janssens - de Belie, later Janssens - De Decker, de samengevoegde woningen en achterliggende gronden. Zij vormden de huizen met residentiële functie om tot een fraaie meester- en fabrikantenwoning met classicistisch voorkomen. Op de binnenkoer richtten ze het textielbedrijf Janssens – De Decker op, waarvan bedrijfsvleugel uit begin 19de-eeuwse nu nog rest. Het familiebedrijf dat in de 19de eeuw tot één van de grootste textielfirma's te Sint-Niklaas uitgroeide, geldt op het gebied van infrastructuur, organisatie en sociale voorzieningen als een voorbeeld van moderne bedrijfsvoering. De historische en sociaal-economische betekenis van het bedrijf en de gelovige, politiek-actieve familie Janssens, is voor de geschiedenis van de textielindustrie niet te onderschatten.

Na de verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten naar een tweede vestiging bij het kasteel van Boonhem, verkocht de familie Janssens in 1907 het herenhuis en de katoenfabriek aan Mgr. Antonius Stillemans, bisschop van Gent. In 1908 richtte de van Sint-Niklaas afkomstige Mgr. Stillemans de "Vak- en Ambachtschool Sint-Antonius" op. Hij stimuleerde de uitbouw van vak- en ambachtsscholen voor jongeren uit de armere klasse. De ontwikkeling van de school staat ook in relatie tot de toenemende vraag aan geschoolde ambachtslui en vakmensen voor de groeiende textiel- en de breigoedindustrie in Sint-Niklaas. De avond- en zondagsschool kende een groot succes.

Al in 1910 bekostigde Mgr. Stillemans een nieuwe schoolvleugel, opgetrokken in een sobere begin 20ste-eeuwse schoolarchitectuur, gekenmerkt door een gelede baksteenbouw met decoratief metselwerk, grote getoogde vensters met karakteristieke kleinhouten en een brede korfboogvormige poort.

Ter hoogte van de Collegestraat werd in 1915 een zeer fraai neogotisch poortje opgericht, versierd met oprichtingsdatum, patroonheilige, symboliserende spreuken en wapenschilden ter verheerlijking van de oprichter en inrichtende macht. Beide architectuurhistorisch kwaliteitsvolle gebouwen worden nu definitief  beschermd.

Tijdens de 20ste eeuw werd de school in diverse fases uitgebreid met nieuwe studierichtingen en gebouwen naar de Collegestraat toe. De belangrijkste fase van het schoolcomplex was de oprichting van het Technisch Instituut voor de Breikunde in 1928. Deze heeft een nauwe link gehad met de ontwikkeling van de breigoedindustrie van de stad.

Het zou tot 1958 duren vooraleer de Vak- en Beroepsschool Sint-Antonius, het Technisch Instituut voor Breikunde en de afdeling Mechanica onder één noemer werden gebracht: de “Vrije Technische Scholen van Sint-Niklaas” werd opgericht. Het herenhuis bleef fungeren als woonhuis voor het gezin en het huispersoneel.

In 2008 verlieten de laatste leerlingen van de Vrije Technische Scholen de site aan het O.-L.-Vrouwplein. De gebouwen werden door de brandweer volledig afgekeurd wegens onveilig.

De site wordt nu gefaseerd getransformeerd tot een eigentijdse stedelijke plek, met vooral woningen maar ook ruimte voor het cultuurcentrum en de stedelijke muziekacademie.

VTS
VTS

Schouwburg

Het hele binnengebied tussen de spoorweg in het noorden, de Hofstraat in het westen, de Grote Markt in het zuiden en de Anker- en Truweelstraat in het oosten, wordt in de tweede helft van de negentiende eeuw planmatig aangelegd en verkaveld. De eerste straten in dit nieuwe kwartier  zijn de Stationsstraat, Casinostraat en de Brouwerstraat (huidige Richard Van Britsomstraat). In 1861 wordt de Boonhemstraat aangelegd en in 1889 doorgetrokken tot de Hofstraat.$

Het stadsbestuur kiest dit stadsdeel dat in ontwikkeling is, uit voor de inplanting van een nieuwe academie. De académie de dessin, d’architecture, de peinture et de sculpture, opgericht in 1813 onder impuls van Pieter-Benedict De Maere en Pieter De Bruyne, is tot dan gehuisvest in diverse lokalen aan de achterzijde van het Landhuis op de Grote Markt.

De gemeenteraad beslist in 1868 om de nieuwe academie te bouwen op de hoek van de Brouwerstraat en een nieuw te openen straat in het verlengde van de Collegedreef (in sommige dossiers de Academiestraat genoemd). Deze gronden zijn grotendeels eigendom van het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen en grenzen aan de terreinen van het vroegere Recollettenklooster.

Edmond Serrure, stadsbouwmeester sedert 1860 en leraar bouwkunde aan de academie, krijgt de opdracht de plannen voor de nieuwbouw te ontwerpen. Hij tekent een gebouw van twee bouwlagen en centrale toegang aan de Brouwerstraat. In de voorgevel worden de jaartallen 1818 en 1869 als mijlpalen aangebracht, samen met verwijzingen naar de schilderkunst (Rubens, Van Dyck).

De gelijkvloerse verdieping van het nieuwe academiegebouw omvat een ruime inkomhal en leslokalen, een traphal naar de eerste verdieping en een gang naar de binnenkoer. De grote zaal op de eerste verdieping heeft een dubbele functie, als lokaal voor de lessen bouwkunde en als feest- en tentoonstellingszaal. In april 1871 wordt de nieuwe academie in gebruik genomen. Het stadsbestuur beslist op 15 september van dat jaar echter om ‘de grote zaal van het eerste verdiep der nieuwe Academie te behouden voor ene receptiezaal voor gelegendheden van grote plechtigheden, in plaats van ze te laten dienen voor de klassen bouwkunst  […]’.

In 1873 maakt het stadsbestuur kredieten vrij voor de bouw van klassen bouwkunst en een ‘modelzaal’ voor de berging van plaasteren modellen. Voor deze eerste uitbreiding worden aan de achterzijde van de academie gronden van de Burgerlijke Godshuizen aangekocht. In 1887 wordt binnen de academie een theoretische leergang weefkunde ingericht. Om plaats te bieden aan deze nieuwe afdeling koopt de stad in mei 1888 het braakliggende terrein tussen de portierswoning (rechts van het academiegebouw) en het huis op de hoek van de Brouwerstraat en Boonhemstraat. Er wordt een nieuwbouw van twee verdiepingen gebouwd.

Sedert de ingebruikname in 1878 van het nieuwe neogotische stadhuis met ruime feestzaal, wordt de academiezaal vooral gebruikt als (theater)zaal voor de verenigingen. In 1898 voert stadsarchitect August Waterschoot enkele aanpassingen uit.

Plannen gedateerd op 24 december 1912, zijn wegens het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet uitgevoerd maar vormen wel de basis voor de ingrijpende aanpassingen die stadsarchitect Waterschoot in 1933 realiseert. De theaterzaal wordt omgebouwd tot een moderne stadsschouwburg. Voor de vormgeving van de zaal en de nieuwe traphal kiest Waterschoot voor de op dat moment zeer populaire art-decostijl.

In 1958 neemt de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten haar intrek in nieuwe ruime lokalen aan de Boonhemstraat.

Het muziekonderwijs verschijnt pas in de jaren 1960 op deze site. In 1965 kan de muziekschool ook het aanpalende gebouw van het vroegere weeshuis van de Zusters Jozefienen in gebruik nemen.

Op 4 oktober 1996 wordt de vernieuwde stadsschouwburg in gebruik genomen. Bij deze zeer ingrijpende verbouwing blijven de neoclassicistische voor- en zijgevel, de inkomhal in art deco-stijl, de trappenhal, het balkon en de gaanderij op de verdieping behouden. De dakstructuur en het vloeroppervlak zijn volledig uitgebroken en heropgebouwd. De scène met achterliggende dienstgebouwen is afgebroken en op die plaats verrijst een moderne theatertoren met gloednieuwe accommodatie.

De zaal met een capaciteit van 560 bezoekers is ingericht volgens de eigentijdse theaternormen. Waar de vroegere conciërgewoning heeft gestaan, zijn nu het loket voor ticketverkoop en de administratieve diensten gevestigd. De oude cafetaria is omgevormd tot een sfeervolle foyer, met directe verbinding naar de trappenhal van de academie.

Moederklooster van de Zusters Jozefienen

Het moederklooster van de Congregatie der Zusters Jozefienen bestaat uit een woonhuis en een kapel. De zusters bedienen de aanpalende school "Heilige Familie", met hoofdingang aan de Boonhemstraat.

De kloostergemeenschap werd in 1755 gesticht door drie Spinessen uit Gent met de bedoeling arme weesmeisjes op te nemen en te onderwijzen in handwerk en spinnen. In 1768 werd de orde ontbonden door van delicten van de overste, doch reeds het jaar daarop weer opgericht. Tijdens de Franse revolutie (1799) werd het klooster gesloten en de gemeenschap voor de tweede maal ontbonden. Pas in 1814 werden de verjaagde zusters weer bij elkaar gebracht en de nieuwe vereniging werd nu onder de bescherming van Sint-Jozef geplaatst.

In 1806 kocht de Commissie van Burgerlijke Godshuizen het vroegere Spinhuis aan voor de opvang van wezen en ouderlingen. De zorg is sedertdien toevertrouwd aan de Zusters van de Heilige Jozef, voorheen de Zusters van het Spinhuis. Sinds de vestiging van deze Spinnessen op een perceel in de Hofstraat, in de achttiende eeuw in pacht gekregen van de baron van Boonhem, hebben de zusters Jozefienen deze gronden tussen de Hofstraat en de Richard Van Britsomstraat mee uitgebouwd tot een zorg- en onderwijssite.

Het klooster in de Hofstraat, of zogenaamd "Groot Spinhuis" (in tegenstelling tot het "Klein Spinhuis" in de Kalkstraat) werd in 1844 uitgebreid met een grote kapel naar het ontwerp van architect Jules De Somme-Servais en in 1898 met een nieuw meisjesweeshuis.

In 1930 kocht de congregatie het kasteeltje van de familie Janssens-de-Varebeke aan, waarin zij vandaag nog wonen. Het is een statig herenhuis in neorenaissancestijl, met kleine voortuin aan de straatkant, in 1878 gebouwd naar het ontwerp van architect Fr. Smet. Op de bovenverdieping bevindt zich een huiskapel in neoromaans-byzantijnse stijl. Rechts van het woonhuis werd in 1936 een ruime kapel gebouwd, evenwijdig aan de straat.

De Casino

De Société d’horticulture et de musique (kortweg Casino genaamd) werd aangetrokken door de nieuw aangelegde Stationsstraat (1848). Ze vonden er een geschikt terrein voor de bouw van hun nieuw lokaal en bijhorende tuin.

De Casino werd gebouwd in 1852 naar een ontwerp van architect Jan De Somme-Servais en ingehuldigd in 1853. Het is een neoromaans bakstenen gebouw met neoclassicistische inslag. Rond het gebouw werd een lusttuin aangelegd met een grote waterpartij, een gietijzeren brugje en een muziekkiosk, die opgericht werd in 1868.

Decennia lang vonden in de zaal concerten en bals plaats. Kort na Wereldoorlog I (1919) werd het gebouw volledig verbouwd tot bioscoop. De cinema werd na Wereldoorlog II overgenomen door de familie Gaudaen, die tot in 2000 de Sint-Niklase Cinema Select uitbaatte. Omdat in de jaren zestig vooral het lichtere, meer erotisch getinte genre werd getoond, kreeg de bioscoop een louche imago. Cinema Casino sloot de deuren in 1969. Nadien bevond zich op de benedenverdieping een eetgelegenheid en betrokken verscheidene handelszaken het pand. In de zaal werd een gordingvloer aangebracht en het geheel werd gecompartimenteerd  tot opslag- en repetitieruimtes. Het gebouw kwam grotendeels leeg te staan, wat onmiskenbaar het verval betekende. Tot De Spiegel vzw, nu De Casino vzw, het onder handen nam.

De Casino werd met groot respect voor het verleden gerenoveerd. De verbouwingswerkzaamheden namen een aanvang in augustus 2009, liepen wegens onvoorziene bouwtechnische en financiële omstandigheden diverse vertragingen op en werden uiteindelijk opgeleverd in juni 2011. De Casino opende de deuren in september 2011 met 4 uitverkochte concerten van Hooverphonic (Alex Callier is peter van De Casino).

Het Casino-park is een groene oase van rust in het centrum van Sint-Niklaas. Het historische park werd de voorbije maanden in opdracht van eigenaar Het Casino vzw en onder leiding van bloemenkunstenaar Daniël Ost en landschapsarchitect Jan Pillen heraangelegd tot een idyllische tuin. Zieke bomen werden gerooid en een esthetisch parkontwerp staat symbool voor een rijk verleden. Er werden tal van nieuwe bomen aangeplant en de grond werd verrijkt met duizenden bloembollen. Een lange houten bank met gietijzeren zwanen fungeert als centrale eyecatcher en refereert aan het smeedwerk van de kiosk (1868) en het brugje over de vernauwing in de vijver.

Het Casino vzw is eigenaar van de Casino-site en liet in 2018 de oude kiosk in het park renoveren. De heraanleg van het park vormt, na de renovatie van het gebouw door De Casino vzw in 2009-2011, het sluitstuk van de heropwaardering van de globale Casino-site.

Verleden

De Casino en einde der statiestraat
De Casino detail

Heden

Casinopark
De Casino-parkplan

Regentieplein

Nadat het station gebouwd werd in 1846 kreeg stadsarchitect Jan De Somme-Servais de opdracht om een plan uit te werken voor een geheel nieuwe wijk. Op 19 augustus 1846 werd het plan goedgekeurd in de gemeenteraad. Het was een ambitieus plan waarin symmetrie en orde de hoofdrol speelden en de belangrijkste straten zicht boden op de monumenten van de stad (het station, de Grote Markt en het nieuwe plein).

Vanuit het Stationsplein vertrokken in oostelijke en westelijke richting twee brede boulevards die aansluiting moesten geven met de periferie en de omringende dorpen. De toegang tot het stadscentrum werd verschaft door middel van drie naast elkaar gelegen straten, elk met zicht op het station, die in westelijke richting vertrokken vanuit de onderste zijde van het Stationsplein. De middelste straat van de drietand kwam uit op een rechthoekig plein (ongeveer dubbel zo groot als het Stationsplein) dat een nieuw verkeersknooppunt zou worden, het latere Regentieplein.

Het plan werd echter niet uitgevoerd.

Een eerste verandering aan het plan vond plaats in 1854, in 1858 werd een tweede stuk van het plan gekelderd. Enerzijds waren er problemen met grondeigenaars die hun grond niet wilden afstaan, anderzijds waren onteigeningsprocessen duur.

Op 15 april 1859 had de stadsbouwmeester een nieuw, vereenvoudigd plan klaar. Het zou uiteindelijk nog vele jaren duren voordat het nieuwe plan volledig werd uitgevoerd. Jan De Somme-Servais had oorspronkelijk een rechthoekig plein getekend waar 8 straten op uitkwamen. Het werd uiteindelijk een rond plein waar 5 straten op uitkomen. Het centrumplein werd het Regentieplein gedoopt. De geplande verbinding tussen dit plein en de Stationsstraat werd in 1861 uitgevoerd en Regentiestraat genoemd. De statige woningen in de Regentiestraat dateren uit eind 19de  - begin 20ste eeuw.

Huis Janssens

Wanneer Alfons Janssens in 1876 een stuk grond koopt van de heer Cardo, is de Zamanstraat nog maar kort daarvoor aangelegd als verbinding tussen de Regentiestraat en de Ankerstraat. Janssens koopt er de grootste partij grond, gelegen in de as van de Dr. Verdurmenstraat, de verbinding met de prestigieuze Stationsstraat. Het is ongetwijfeld geen toeval dat de katholieke en Vlaamsgezinde Alfons Janssens Pieter Van Kerkhove aanstelt als architect voor de bouw van zijn eigen woonhuis.

Pieter Van Kerkhove ontwerpt voor Alfons Janssens een ruime herenwoning. Hij opteert daarbij, enigszins merkwaardig, niet voor de christelijke stijl bij uitstek, de neogotiek, maar wel voor de meer burgerlijke neorenaissance. Op de eerste verdieping realiseert hij een huiskapel die wel een neogotische vormgeving kreeg.

In vergelijking met de woning van Theodoor in de R. Van Britsomstraat kunnen we zeggen dat Alfons een vrij bescheiden en meer huiselijke woning bouwde. De woning van Theodoor, de grote baas van het bedrijf, had ongetwijfeld ook een zakelijke functie en was, onder meer door de indrukwekkende centrale hal, uitermate geschikt voor recepties en ontvangsten. Alfons had hier schijnbaar minder nood aan, hoewel ook de centrale traphal van Huis Janssens meer dan indrukwekkend oogt.  Hij ontving zijn gasten in de ‘Vlaamse kamer’ op de gelijkvloerse verdieping, een warme kamer in neo-Vlaamse renaissancestijl met open haard, eikenhouten plafond met kinder- en moerbalken, houten lambriseringen en stoffen muurbekleding met gouden motieven. De erker werd getooid met Vlaamse spreuken en bijbehorende afbeeldingen in gebrandschilderd glas.

De woning wordt in 1907, enkele jaren na de dood van Alfons Janssens, verkocht aan de stad, met de uitdrukkelijke voorwaarde om het gebouw in te zetten voor kunst en wetenschap. Het gebouw krijgt al snel een bestemming als museum en herbergt thans de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. De oorspronkelijke indeling en een groot deel van de vaste interieuraankleding werd vrij intact bewaard waardoor het nog steeds de sfeer van weleer uitademt. Van de oorspronkelijke dienstvertrekken, vermoedelijk links van de grote gang, is echter niets meer terug te vinden.

Huis Janssens museum
Huis Janssens glasraam

Dekenij

De dekenij was het voormalig huis van het Oratorie, een congregatie van wereldlijke priesters. Het bestaat uit een poortgebouw met aansluitende voormalige stallen, een ruime alleenstaande woning en uitgestrekt park met tuinhuisje uit de 19de eeuw.

De huidige - nieuwe - pastorij werd in 1696 gebouwd op de puinen van de op dat moment vervallen oude pastorij, die op 25 mei 1690 zwaar vernield werd door de grote brand. Na deze stadsbrand, die ook de toren van de Sint-Nicolaaskerk en 565 huizen ten westen van de Dries en in de Nieuwstraat vernielde, werd de omgeving van de markt stilaan heropgebouwd. Aan de noordoostkant werd de Patersdreef (nu Collegestraat) aangelegd voor de ontsluiting van het klooster èn de kerk van de Paters Franciscanen (Minderbroeders of “Bruine Paters”), die na de brand een welgekomen alternatief was voor het kerkgebeuren.

De in 1696 opgetrokken nieuwe pastorij bevatte verschillende zalen, kamers van de paters en een huiskapel. In 1729 volgde er een eerste uitbreiding en in 1732 een tweede vleugel.

De dekenij met haar onmiddellijke omgeving is beschermd als dorpsgezicht. Deze bescherming omvat de gekasseide dreef, de voortuin, het woonhuis, het park en de historische omwalling.

Het woonhuis werd op 12 mei 1940 door brandbommen grotendeels vernield en later nagenoeg volledig heropgebouwd. Boven de deur vinden we een vierkante steen met doornenkroon en initialen van Jezus en Maria, het wapen van de Oratorianen.

De rijkversierde stucplafonds en het houtsnijwerk aan deuren en muren met de zinnebeeldige voorstelling van de levensregel van de Oratoriepriesters gingen tijdens en na de brand van 1940 verloren. De deuren van de huiskapel zijn wel bewaard gebleven.

Het barok poortgebouw (1697) met de aanpalende stallen is sinds 1983 beschermd als monument. In de poort lezen we het chronogram "ChrIstUs pastorUM LUX DUX et VIta", en in de rondboognis zien we een terracottabeeld “De Goede herder”. 

De voormalige stallen, aansluitend bij het poortgebouw, hebben een verankerde bakstenen gevel met ongelijke travee-indeling en sporen van vroegere muuropeningen.

Aan de voortuin is er een hek dat toegang geeft tot de site van het huidige psychiatrisch centrum Sint-Lucia. Achter het woonhuis ligt een grote omwalde tuin, en is er een poortje naar de tuin van het "Klein Spinhuis" in de Kalkstraat.

Nieuwe pastorij 1696

Dekenij nieuwe pastorij 1696

Poortgebouw buitenkant

Dekenij poort

Poortgebouw binnenkant

Dekenij poortgebouw binnenkant

Romain De Vidtspark

In 1550 werden de twee heerlijkheden van Willemaers en Van der Moeren verenigd door ridder Willem van Waelwijck. De beide heerlijkheden hadden een oppervlakte van 126 bunders of ca. 160 ha. Hij doopte het leen 'Hof van Walburg' afgeleid van diens echtgenote Walburgis.

Sanderus’ kaart van de Sint-Nicolaas-parochie in de Flandria Illustrata (1641-1644) toont het kasteeldomein “Walburch” met een boomgaard, een tuin en twee dreven. Er bevonden zich ook akker- en weilanden, schuren en stallen. De slotgracht werd gevoed door de Kokkelbeek (Cockel beke).

Op de Ferraris kaart (1771-1778) wordt het kasteeldomein “Chateau t’ hof van Walburg” aangegeven. Het kasteel bestaat nog steeds uit een opper- en neerhof met een omwalling, akkers en weilanden. De brug aan de oostelijke zijde die uitgeeft op de tuinen is al aanwezig. Op de westelijke zijde van het neerhof staat bebouwing (plaats van het huidige toiletgebouw).

Het opmetingsplan van landmeter du Caju uit 1787 toont het toenmalige kasteeldomein. De weilanden aan de oostelijke zijde van het kasteel werden vervangen door een siertuin. De tuin was symmetrisch vormgegeven rondom een centrale dreef en was ingedeeld in rechthoekige parterres.

In 1846 kocht Joseph Felix van Naemen-Boëyé het domein. Hij restaureerde en verbouwde het kasteel in 1851. De slotgracht werd omgevormd tot een “water van ver vermaak”. Ten oosten van de burcht nabij de Walburgstraat liet van Naemen op zijn eigen terrein een bakstenen werkplaats optrekken voor zijn zeildoekfabriek. Voor zijn personeel liet hij aan de rand van het kasteeldomein wevershuizen bouwen. Zo ontstond de Zeildoekstraat.

Op de Popp kaart (1842-1879) heeft het kasteel Walburg een grote druppelvormige kasteelvijver, ter grootte van de huidige vijver. Deze vijver is reeds voorzien van een brugje. In deze periode werd ook het park aangelegd in Engelse landschappelijke stijl. Het domein kreeg een zuiver residentieel karakter en bleef eigendom van de familie van Naemen.

Uit oude topografische kaarten (1873) blijkt dat het bosgedeelte in het oostelijk deel van het huidige park historisch gezien geen deel heeft uitgemaakt van het kasteelpark Walburg, maar behoorde tot het kasteel Moerland.

In het kader van het bijzonder plan van aanleg “Park en Laan” werd bij vonnis van de vrederechter het kasteel en het park van Walburg in 1949 gerechtelijk onteigend van de ongehuwde zussen van Naemen. De stad Sint-Niklaas besloot het ‘kasteel met afhankelijkheden en gronden’ aan te kopen. Het eigenlijke park met de gebouwen is op dat moment ruim 3 ha groot, maar van de vroegere heerlijkheid rest nog slechts ca. 7 ha. Deze gronden zijn voornamelijk in gebruik als landbouwgrond, weiland, boomgaarden en een moestuin.

In 1950 verkleinde het domein door de aanleg van de Parklaan, voor het aanleggen van een verbindingsweg tussen het stadscentrum en de rijksweg Tilburg-Rijsel.

Gabriël Braeckman ontwierp een nieuwe parkaanleg in 1950. Het ontwerp toont voornamelijk een Engelse tuinaanleg. Een klein onderdeel van het park is uitgevoerd in Franse stijl met geometrische bloemperken. Er werden o.m. nieuwe paden aangelegd, een fonteinvijver, een zandbak en diverse beelden geplaatst. In mei 1952 werd het park officieel geopend voor het publiek door de toenmalige burgemeester, Romain De Vidts.

In 1983 werd in de buurt van het kasteel de muziekkiosk heropgebouwd, die van 1860 tot 1966 op de Grote Markt gestaan had.

In 1987 krijgt het stadspark de huidige naam ‘Romain De Vidtspark’, naar de toenmalige burgemeester die verantwoordelijk was voor de aankoop van het kasteel en de aanleg van de Parklaan.

Loofbomen maken het grootste deel uit van de bomen in het park. De meest voorkomende zijn de beuk, de gewone esdoorn, de Amerikaanse eik, de witte paardekastanje, de tamme kastanje, de zomereik en de ruwe berk.

De naaldbomen maken de minderheid uit van het park.

Een aantal solitaire bomen kunnen als belangrijk of merkwaardig beschouwd worden, gezien hun representativiteit voor het bomenbestand in de 18e-19e eeuw.

In het park bevindt zich een trompetboom (Catalpa bignonioides). In deze tijd was de ‘Catalpa’ zeldzaam, aangezien de soort pas in 1726 werd ingevoerd vanuit het zuidoosten van de VS in Engeland. De boom die in park staat, is een uniek en zeldzaam exemplaar.

Er is tevens een amberboom (Liquidambar styraciflua) aanwezig. Deze soort werd reeds rond 1640 ingevoerd in Engeland, maar was toch op het vasteland zeldzaam.

Walburgkasteel

Het Walburgkasteel is een rechthoekige waterburcht in traditionele bak- en zandsteenstijl.

Het was de oorspronkelijk verblijfplaats van de heer van Walburg. Heerlijkheid ontstaan in 1550 door de vereniging der heerlijkheden van der Moeren en Willemaers door ridder Willem van Waelwijck, onder de benaming "Hof van Walburg", naar diens echtgenote Walburgis. Hij sloopte het in puin vallende kasteel en bouwde een nieuw verblijf. Het kasteel bestond uit een opper- en neerhof met omwalling.

De titel ‘Heer van Walburg’ werd door erfenis of verkoop overgedragen.

Er volgden verschillende erfenissen en verkopingen, het kasteel had verschillende eigenaars en functies. Het werd in 1618 onder meer ingericht als brouwerij. In 1646 werd het kasteel betrokken door uit Hulst gevluchte gasthuiszusters; zij baatten er een apotheek uit.  

Op 3 juli 1789 werd het hele domein voor 18.000 gulden verkocht aan de Sint-Niklase procureur Maximiliaan Emmanuel Van De Voorde. Hij was de laatste heer van Walburg, want in 1798 schafte de Franse republiek op grond van het gelijkheidsbeginsel alle adellijke en heerlijke titels af.

In 1816 gebruikte textielfabrikant Delrée de kasteelruimten als ateliers voor de productie van katoenen stoffen.

In 1846 kwam het in handen van J.F.G. van Naemen-Boeye, die het in 1851 volledig herstelde en aan de 19de-eeuwse smaak aanpaste.

In 1870 werd het eigendom van zijn zoon Jozef N.M. Van Naemen-Maertens. In 1878 werd de poort en de muur aan de Walburgstraat door hem gebouwd. Boven de centrale doorgang werden zandstenen cartouches aangebracht, met het wapenschild van de familie Waelwijck, en met de jaartallen 1553 (links) en 1878 (rechts).

Op het einde van WOII werd het kasteel opgeëist door de Duitsers. Het werd gebruikt voor het vakantiepatronaat “Volkswelzijn”.

Op 17 december 1949 werd “het kasteel met afhankelijkheden en gronden” aangekocht door de stad Sint-Niklaas. In 1956 liet de stad Sint-Niklaas de ‘Heirmanklok’, een astronomische klok, in het kasteel installeren. Het kasteel geraakte in verval en de Heirmanklok verhuisde naar Brugge.

Na jarenlange verkrotting liet het stadsbestuur in 1983 een restauratiedossier opmaken voor het kasteel door architect Michel Bourgois. De restauratie werd aangevat in 1988. In 1991 werd beslist om de gelijkvloerse verdieping van het kasteel in concessie te geven als restaurant. De werken aan het kasteel werden voltooid in juni 1993. In 1994 volgden nog herinrichtingswerken aan het interieur onder leiding van stadsarchitect Marc Steels. In 1994 werd het kasteel opengesteld voor het publiek.

Houtbriel

De eerste benaming ‘Houtbriel’ dateert van 1540. Het betekent: plein of markt waar hout verhandeld wordt, zowel brandhout als timmerhout. In 1669 klaagden de buren dat het plein, of een groot gedeelte ervan, zodanig met boomstammen (die aan particulieren toebehoorden) werd belegd en zo hoog gestapeld, dat de buren elkaars deur niet konden zien en dat de voorbijgangers de geopende deuren van de winkels niet bemerkten en hun zaak voorbijgingen. Stilaan moet die handel verminderd zijn, want in 1659 werd het voorste gedeelte de Beestenmarkt genoemd en in 1779 de Varkensmarkt en de Groentemarkt.

Tot in 1890 maakt men officieel nog onderscheid tussen de twee vermelde markten en de Houtbriel zelf. In 1900 werd alles verenigd onder de benaming Houtbriel en deze naam bleef bestaan tot in 1926, toen men het plein herdoopte tot Kardinaal Mercierplein. Dit geschiedde ter herinnering aan Kardinaal Désiré Joseph Mercier, aartsbisschop van Mechelen.

Bij de officiële doop van het plein in 1926 werd op de plaats waar voorheen een monumentale waterpomp stond, een gedenkteken ingehuldigd als aandenken aan de gesneuvelden van de oorlog 1914-18. Het monument is ontworpen door beeldhouwer Bruno Gerrits. In 1903-04 werd een bloemenperk rondom aangelegd. Het bloemenperk met omringend hekwerk werd eind 20ste eeuw verwijderd.

De oude pomp staat nu in het Mercatorpark dicht bij Huis Janssens.

WANDELINGEN

Culturele erfgoedwandeling

De culturele erfgoedwandeling onder begeleiding van een ervaren gids brengt je langs allerlei bezienswaardigheden in Belsele.
Je komt langs diverse kunstwerken van Belseelse kunstenaars, de historische site van de muntschat in het Mierennest, de te hoge brug, het speelbos en de replica van de muntschat in de Bib te Belsele. De wandeling is ongeveer 2,5 km lang, duurt 2 uur en ook rolstoelgebruikers kunnen de wandeling voor 95% meemaken. 

Met medewerking van Pasar Belsele en KWB eensgezind.

Om 10, 13 en 15 uur – max. 10 pers. per rondleiding – wandeling 2 uur
 

het Groenhof

Belsele telt een viertal beschermde monumenten: het gemeentehuis, de Sint-Andreas en Sint-Ghislenuskerk, de Pastorij én het Groenhof. De twee tulpenbomen in de parktuin horen bij de drie dikste van België. Dit park met gebouwen is ongeveer 3 ha groot en is nog steeds eigendom van de familie De Schrijver.

Om 10, 13 en 15 uur – max. 10 pers. per rondleiding – rondleiding 1 uur
 

Inschrijven

Voor beide wandelingen: voorafgaandelijke inschrijving tot uiterlijk vrijdag 11.09 om 12 uur:
toerisme@sint-niklaas.be, 03 778 35 00.

BEZOEK AAN DE SINT-ANDREAS EN GHISLENUSKERK

Interieur kerk

Bezoek de kerk die een rijke geschiedenis heeft die teruggaat tot de 10e eeuw. De gids geeft je graag uitleg over deze kerk die door de eeuwen heen veelvuldig verbouwd, uitgebreid en verfraaid is.

Inschrijven is niet verplicht, er zijn doorlopend korte rondleidingen van 10 tot 18 uur.
 

Werfbezoek

In het voorjaar gingen de restauratiewerken aan het dak van start. Je kan kennismaken met de oude dakstructuur en de boeiende restauratiepraktijk.

Werfbezoek van 10 tot 17 uur - georganiseerd in samenwerking met aannemer Renotec - 3 gidsen -  max. 5 pers. per rondleiding.

Minimum leeftijd: 12 jaar. Stevige schoenen verplicht.
 

Inschrijven

Voorafgaandelijke inschrijving bij de dienst cultuur tot uiterlijk vrijdag 11.09 om 12 uur:

cultuur@sint-niklaas.be, 03 778 33 30.

Sint-Andreas- en Ghislenuskerk

De kerk heeft een rijke bouwgeschiedenis die teruggaat tot de 10e eeuw. Op dat moment stond er een kleine romaanse kerk in natuursteen. De kerk werd de daaropvolgende eeuwen stelselmatig uitgebreid en verfraaid tot de kerk die ze vandaag is. In de huidige kerk zijn nog 14 bouwfases zichtbaar aanwezig. De kerk staat bekend om haar fraaie houtsnijwerk uit de 17e en de 18e eeuw, maar een zeer bijzondere schat zit verborgen op zolder.

In de late 16e eeuw en de vroege 17e eeuw werden de houten tongewelven in de kerk vervangen door de huidige stenen kruisribgewelven. Het houten dakgebinte bleef echter grotendeels bewaard en is nog steeds zichtbaar op zolder. Uit houtonderzoek blijkt dat de aanwezige balken afkomstig zijn van waarschijnlijk lokale bomen die tussen 1266 en 1291 geveld werden. De kerk heeft daarmee één van de oudste bewaarde dakgebinten in Vlaanderen. Op zolder is de ronde vorm van het oorspronkelijke tongewelf nog duidelijk zichtbaar. In de dakstructuur boven het koor vinden we ook sporen van polychromie terug op de houten ribben.

De kerk werd reeds in 1936 beschermd als monument wegens zijn historische en oudheidkundige waarde en maakt daarbij deel uit van een selecte lijst van iconische historische gebouwen in Oost-Vlaanderen.

Dakrestauratie

Tijdens deze restauratiefase zal het dak van het schip, koor en annexen grondig worden aangepakt. Een dakstructuur van die leeftijd heeft onvermijdelijk te kampen met heel wat problemen. Onopgemerkte lekken hebben de voorbije eeuwen geleid tot houtaantastingen waar ook schadelijke insecten gemakkelijk hun gang kunnen gaan. Heel wat balken hebben te kampen met houtrot en hebben een deel van hun sterkte verloren. Om een duurzame instandhouding te garanderen wordt al het hout gecontroleerd, hersteld of vervangen waar nodig. Hierbij wordt gestreefd naar een maximaal behoud van de historische balken.

Tegelijkertijd wordt ook de dakbedekking vernieuwd en worden goten en regenwaterafvoeren hersteld of vervangen, zodat nieuwe lekken vermeden worden.

Op zolder worden nu ook loopbruggen over de gewelven gebouwd zodat inspectie van het dak in de toekomst gemakkelijker en veilig kan verlopen.

wagen bezienswaardigheden brouwerijen buschocolatiers document Page 1 CopyCreated with Sketch. evenementen fietsfietsen-wandelen food herfstinhetgroen lentemuseaovernachten podium postcardspeciaalzaken sport-spel streekproducten street arttreinPage 1Created with Sketch. uitgaan wandelenwinkelen winterPage 1Created with Sketch. zomer